Stad College

Werkplanners

Werken met werkplanners en studiewijzers op Park Lyceum

Op Park Lyceum werken we met werkplanners (in leerjaar 1, 2 en 3) en met studiewijzers en werkplanners vanaf leerjaar 4.

Op de basisschool hebben de leerlingen geleerd om zelfstandig een taak te verwerken. Iedere basisschool heeft daarbij een eigen (andere) methode. Onze werkplanners en studiewijzers bouwen verder op de ervaringen van de leerlingen.
De werkplanners in de onderbouw zijn een middel om de leerlingen te laten ontdekken hoe ze zelfstandig kunnen werken en leren. In de bovenbouwklassen wordt deze systematiek ook toegepast en uitgebreid met een studiewijzer. We beogen daarmee te bereiken dat leerlingen uiteindelijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen leerproces.

Door het gebruik van de werkplanners hebben ook de ouders meer inzicht in het leerproces van hun kind. Ook zij kunnen gemakkelijk overzien welke leerstof voor wanneer ‘af’ moet zijn. De planner geeft een overzicht van de stof en de vaardigheden die moeten worden geleerd en gekend voor het behalen van een goed resultaat op de eindtoets. Daarmee is de planner tegelijkertijd een eenvoudige leidraad voor ouders die hun kind willen begeleiden.

Zelfstandig plannen en leren
In leerjaar 1, 2 en 3 streven we ernaar dat de leerlingen ontdekken en leren hoe ze zelfstandig kunnen werken en leren. Om leerlingen hiertoe in staat te stellen zullen ze over een aantal vaardigheden moeten beschikken.

Voor de onderbouw is het daarbij van belang dat leerlingen leren hoe ze de leerstof moeten verdelen. Ze moeten dus vooral leren hoe ze moeten plannen en hoe ze zelf met een planning aan het werk kunnen gaan. De mentoren begeleiden hun leerlingen bij het leren werken met de werkplanners. De vakdocenten doen dat uiteraard ook in hun eigen lessen. Naast de uitleg van de docent, waarbij het vakmanschap van de docent tot uitdrukking komt, is de rol van de docent vooral die van coach in het leerproces: hij/zij stimuleert leerlingen, bevraagt hen naar kennis en inzicht en ziet toe dat de leerlingen niet de verkeerde keuzes maken. De docent denkt mee met de leerlingen waarbij hij/zij sturend en wijzend optreedt en daarbij respecteert dat de leerling iemand is die op weg is naar een grotere zelfstandigheid. Dit vereist zowel van de docent als van de leerling een vorm van gedisciplineerd werken met respect voor elkaar. Het initiatief ligt meer dan voorheen bij de leerling, de docent zorgt voor controle en stimulans.

De werkplanner is een onmisbaar element bij dit leerproces. Als leerlingen hebben laten zien dat ze zelfstandig kunnen werken, kan er ook meer vrijheid en ruimte worden gegeven. Ze moeten die zelfstandigheid dus eerst ‘verdienen’. Dan kunnen de leerlingen ook zelf gaan bepalen in welke volgorde ze de stof willen doorwerken en kunnen ze vooruit werken. Ze kunnen dan ook voor een groot deel zelf bepalen, rekening houdend met de eigen omstandigheden, wanneer en hoeveel (t)huiswerk er is. De leerling kan en moet ook aan het werk als de docent niet bij een les aanwezig kan zijn. Op de planner is namelijk vermeld welke stof wanneer moet zijn verwerkt.
In de loop van de eerste drie leerjaren krijgt de leerling bij dit proces een steeds grotere eigen verantwoordelijkheid. De docent begeleidt en stuurt het leerproces. De docent waakt er daarbij ook voor dat de leerling alleen maar ‘huiswerk maakt’ en niet of onvoldoende ‘leert’. Er zal overigens ook nog steeds buiten en na de lessen door de leerlingen gewerkt en geleerd moeten worden.